VLOEIENDHEIDSSTOORNISSEN

Er bestaan verschillende soorten vloeiendheidsstoornissen. De bekendste twee zijn stotteren en broddelen. De stoornissen zijn niet hetzelfde, maar komen vaak verweven met elkaar voor.

 

Stotteren is een stoornis in de coördinatie van de spraakbewegingen. Mensen die stotteren hebben meer tijd nodig voor de aansturing van de spraak. Deze aanleg, in combinatie met factoren als spanning, snelheid en belemmeringen als vermoeidheid of niet fit zijn, leidt tot herhalen en/of verlengen van klanken of woorddelen. Wanneer degene die stottert vervolgens zijn best gaat doen om niet te stotteren, ontstaat er vecht- of vluchtgedrag:  de onvloeiendheden gaan gepaard met spanning of het praten wordt waar mogelijk vermeden.  

 

Broddelen is een stoornis in de taalproductie. Net als bij stotteren klinkt de spraak onvloeiend. Bij broddelen is altijd sprake van een te hoog articulatietempo en verminderd verstaanbare spraak. Snelle woordherhalingen of klankherhalingen, veelvuldig gebruik van stopwoordjes, ineenschuiven van woorden (‘tevisie’ in plaats van ‘televisie’) zijn andere voorbeelden van broddelsymptomen. Waar mensen die stotteren zich doorgaans wel bewust zijn van hun onvloeiende spraak, geldt dit niet voor alle personen die broddelen. Hoewel zij doorgaans geen klank- of spreekangst hebben, is er door opgedane negatieve ervaringen vaak wel sprake van communicatie-angst.

 

In onze praktijk zijn Annemarie van Esveld en Eeuwkje Kraak gespecialiseerd in zowel stotter- als broddeltherapie.