behandelfases

Observatiefase

Na het vaststellen van de hulpvraag, volgt er een observatiefase waarin de speltherapeut en het kind elkaar leren kennen, een veilige relatie wordt opgebouwd en de therapeut  inzicht probeert te krijgen in de problematiek van het kind. 

Na de observatiefase, gemiddeld 3-5 spelsessies, volgt een oudergesprek en wordt de hulpvraag opnieuw geëvalueerd, geformuleerd en wordt het behandelplan opgesteld.

spelfase

De therapeut volgt het kind in zijn/haar spel, brengt onder woorden wat er gebeurt en/of speelt mee. In het spel heeft het kind de gelegenheid om ingrijpende of traumatische belevenissen uit te spelen, emoties te uiten, gevoelens opnieuw te beleven en gebeurtenissen te verwerken. De speltherapeut biedt het kind de gelegenheid tot het beleven van nieuwe ervaringen en helpt hem/haar emotioneel en cognitief nieuwe inzichten te verwerven. Zij helpt het kind bij het herstel van eigen vermogens, zoals zelfvertrouwen, flexibiliteit en het ervaren van plezier.

afbouwfase

Wanneer de doelstellingen behaald zijn, of er een andere reden is waardoor de behandeling beëindigd moet worden, begint de afbouwfase. De frequentie van de therapie neemt af en er wordt samen met het kind toegewerkt naar het afscheid. 

De speltherapeut werkt met het hele systeem waarin het kind zich bevindt, dus ook met de leerkrachten, pedagogisch medewerkers, artsen, pedagogen, psychologen etc. 

 


ouderbegeleiding

Ouderbegeleiding is een belangrijk onderdeel van de therapie. Ouders worden op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen van het kind binnen de therapie en zij krijgen de ruimte om hun problemen en vragen met betrekking tot het kind voor te leggen aan de therapeut. Het is belangrijk dat de ouders open staan voor reflectie op eigen houding en gedrag ten aanzien van het kind zodat er een optimale situatie ontstaan voor het kind om te kunnen veranderen.